Ingrediënten (voor vier stuks)
- 2 sneetjes oud witbrood
- 4 eetlepels melk
- 2 eetlepels bloem
- 50 gram boter
- 1 ei
- versgeraspte nootmuskaat
- versgemalen peper
- zout
Bereiding
- Snijd de korstjes van het brood, leg deze op een bord en sprenkel de melk eroverheen.
- Doe het gehakt in een kom en breek het ei erboven.
- Rasp de nootmuskaat erboven en breng het geheel op smaak met 2 à 3 theelepels zout en wat versgemalen peper.
- Knijp de sneetjes brood uit en verkruimel deze boven het gehakt.
- Strooi de bloem op een plat bord.
- Kneed het gehakt goed door tot een egale massa en verdeel deze in vier porties.
- Vorm de porties tussen natgemaakte handen tot gladde ballen en wentel deze door de bloem.
- Verhit boter in een braadpan tot het schuim bijna is weggetrokken.
- Leg de gehaktballen in de pan en braad deze op hoog vuur in circa drie à vier minuten aan.
- Rol de ballen steeds met een houten spatel door de pan zodat ze mooi gelijkmatig bruin worden.
- Voor zachte gehaktballen: doe een scheutje water in de pan en leg het deksel erop.
Voor gehaktballen met een krokant korstje: leg het deksel schuin op de pan.
- Bak de ballen op laag vuur in ongeveer 25 minuten zachtjes gaar.
- Neem de gehaktballen uit de pan en maak de jus door de aanbaksels met 100 ml water goed los te roeren.





